Art. 58 PolW, Bijstand aan de politie
1. In bijzondere gevallen kan bijstand worden verleend door de Koninklijke marechaussee.
2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien het betreft bijstand ter handhaving van de openbare orde, onderscheidenlijk Onze Minister van Justitie, indien het betreft bijstand voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel voor het verrichten van taken ten dienste van de justitie, bepaalt, na overleg met Onze Minister van Defensie, of bijstand wordt verleend.
3. Indien bijstand moet worden verleend, bepaalt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Defensie op welke wijze de bijstand wordt verleend.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 17 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8786
- Rb. 's-Gravenhage 27 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5841
- Rb. Maastricht 3 februari 2003, ECLI:NL:RBMAA:2003:AF4508
- Rb. Den Haag 20 februari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5024
- Rb. Arnhem 15 maart 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BA0737
- Rb. Arnhem 15 maart 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BA0734
- Rb. Arnhem 15 maart 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BA0732
- Conclusie A-G Knigge 1 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL8759
- Conclusie A-G Vellinga 17 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8786
- Conclusie A-G Keijzer 16 mei 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5803
- HR 16 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5803
- Hof 's-Hertogenbosch 7 april 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AW1766
- Hof Amsterdam 15 juli 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1353
- CRvB 10 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4293