Rb. 's-Gravenhage 26 april 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5774
richtlijn 2004/38; arrest Carpenter; arrest Ruiz Zambrano Niet is gesteld of gebleken dat referent een verblijfsrecht heeft of heeft gehad als bedoeld in artikel 7, eerste lid, richtlijn in een andere lidstaat dan die waarvan hij de nationaliteit bezit. Eiseres komt derhalve, gelet op het tweede lid van dat artikel, niet in aanmerking voor verblijf op grond van deze bepaling van de richtlijn. Eiseres kan zich ten aanzien van Nederland niet beroepen op een recht van verblijf op grond van artikel 6 richtlijn. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat referent zich regelmatig naar Duitsland begeeft en in die zin het verblijfsrecht van artikel 6, eerste lid, richtlijn aldaar uitoefent, verleent dit artikel eiseres een verblijfsrecht in Duitsland en strekt dit recht zich niet uit tot Nederland. Dat referent gedurende zijn (kortdurende) verblijf in Duitsland diensten ontvangt, leidt niet tot een ander oordeel. Nu het verblijf van referent in Duitsland steeds kortdurend is, is het verblijfsrecht van eiseres (in Duitsland) van gelijke aard en gelijke duur, te weten voor de duur van de dienstenverrichting ten aanzien van referent. De door referent verrichten grensoverschrijdende economische activiteiten zijn niet aan te merken als diensten, maar als goederenverkeer. Eiseres kan derhalve geen rechtstreeks beroep doen op het arrest Carpenter. Afgezien van de vraag of eiseres kan worden gevolgd in haar stelling dat het arrest Carpenter analoog had moeten worden toegepast, wordt geoordeeld dat niet is gesteld of gebleken dat de weigering eiseres verblijf toe te staan in Nederland een belemmering vormt voor de uitoefening van het recht op vrij verkeer van goederen, waardoor niet kan worden geconcludeerd dat sprake is van strijd met het unierecht. Referent heeft, als Nederlander, de status van burger van de Unie. Er kan echter geen aanleiding worden gevonden voor het oordeel dat de weigering eiseres verblijf hier te lande toe te staan, ertoe zal leiden dat referent het effectieve genot wordt ontzegd van de belangrijkste aan zijn status van burger van de Unie ontleende rechten. Immers, ook terwijl eiseres in Thailand verbleef, heeft referent feitelijk gebruik gemaakt van zijn recht op vrij verkeer. De situatie van eiser verschilt in dat opzicht wezenlijk van de situatie als beschreven in het arrest Ruiz Zambrano, waar sprake was van twee jonge kinderen, die hun rechten als burger van de Unie niet zouden kunnen uitoefenen zonder daarbij te worden begeleid en verzorgd door hun ouders.
De uitspraak op rechtspraak.nl