Art. 50 VWEU, HET RECHT VAN VESTIGING
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
1. Teneinde de vrijheid van vestiging voor een bepaalde werkzaamheid te verwezenlijken, beslissen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité bij wege van richtlijnen.
2. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie oefenen de taken uit welke hun door bovenstaande bepalingen worden toevertrouwd, met name:
a. door in het algemeen bij voorrang die werkzaamheden te behandelen waarvoor de vrijheid van vestiging een bijzonder nuttige bijdrage levert ter ontwikkeling van de productie en van het handelsverkeer;
b. door het verzekeren van een nauwe samenwerking tussen de bevoegde nationale bestuursinstellingen teneinde de bijzondere omstandigheden van de verschillende betrokken werkzaamheden binnen de Unie te leren kennen;
c. door het afschaffen van die bestuursrechtelijke procedures en handelwijzen, voortvloeiende hetzij uit de nationale wetgeving hetzij uit voordien tussen de lidstaten gesloten akkoorden waarvan de handhaving een beletsel zou vormen voor de vrijheid van vestiging;
d. door ervoor te waken dat de werknemers van een der lidstaten welke op het grondgebied van een andere lidstaat te werk zijn gesteld, op dit grondgebied kunnen verblijven om er anders dan in loondienst werk te verrichten, wanneer zij voldoen aan de voorwaarden waaraan zij zouden moeten voldoen indien zij op het tijdstip waarop zij genoemde bezigheid willen opvatten, eerst in die staat zouden zijn aangekomen;
e. door de verwerving en de exploitatie mogelijk te maken van op het grondgebied van een lidstaat gelegen grondbezit door een onderdaan van een andere lidstaat, voorzover de beginselen van artikel 39, lid 2, niet worden aangetast;
f. door de geleidelijke opheffing der beperkingen van de vrijheid van vestiging in elke in behandeling genomen tak van werkzaamheid toe te passen enerzijds op de oprichtingsvoorwaarden op het grondgebied van een lidstaat van agentschappen, filialen of dochterondernemingen en anderzijds op de toelatingsvoorwaarden voor het personeel van de hoofdvestiging tot de organen van beheer of toezicht van deze agentschappen, filialen of dochterondernemingen;
g. door, voorzover nodig, de waarborgen te coördineren welke in de lidstaten worden verlangd van de rechtspersonen in de zin van de tweede alinea van artikel 54, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in die rechtspersonen als van derden, teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken;
h. door ervoor te zorgen dat de voorwaarden van vestiging niet worden vervalst als gevolg van steunmaatregelen van de lidstaten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 10 februari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL3354
- ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9509
- ABRvS 30 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:920
- ABRvS 4 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0800
- ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9508
- ABRvS 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2221
- ABRvS 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3770
- ABRvS 6 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR0522
- ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:347
- ABRvS 17 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2072
- ABRvS 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1613
- ABRvS 1 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV2476
- ABRvS 1 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV2467
- ABRvS 30 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU6367
- ABRvS 31 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6347
- ABRvS 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:558
- ABRvS 4 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0801
- ABRvS 7 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7065
- ABRvS 6 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR0523
- ABRvS 13 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM1459