ABRvS 7 juli 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD7521

Vreemdelingenbewaring / betekenis 4.18 Vb / belangenafweging bij nalaten wijzen op rechtsbijstand De door de vreemdeling voorgedragen klacht dat de rechtbank de strekking van artikel 4.18, eerste lid, van het Vb 2000 heeft miskend, is terecht voorgedragen. Indien een vreemdeling niet of niet tijdig is gewezen op de hem toekomende bevoegdheid zich bij het verhoor, als bedoeld in artikel 50, tweede lid, van de Vw 2000, te doen bijstaan door een raadsman, kan van een vreemdeling in het algemeen, behoudens bijzondere omstandigheden, waarvan in dit geval niet is gebleken, niet worden verlangd dat hij zelf om bijstand van een raadsman verzoekt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de met de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Niet in geschil is dat voor de inbewaringstelling gronden aanwezig waren en de inbewaringstelling overigens niet in strijd met het recht was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen