Rb. Rotterdam 15 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3122

Medio 2019 heeft verweerder op basis van de telecommunicatiewetgeving besloten kavels voor regionale commerciële radio op de FM-band te veilen. Het gaat om de vrijgekomen kavels B05, B28, B29 en B34. Aan deze kavels zijn (automatisch) digitale vergunningen verbonden voor allotment 8A. Eiseres heeft meegeboden op kavel B05. Eiseres is het er niet mee eens dat vergunning voor kavel B05 is verleend aan Radio Limburg. Radio Limburg had volgens eiseres van de veiling moeten worden uitgesloten wegens vergaande verbondenheid met landelijke radio-omroep Q-Music Nederland. Nu eiseres ten aanzien van de statutaire zeggenschapsregeling en de thans voorliggende vergelijkbare productie-, sales- en licentieovereenkomsten niet concreet heeft aangevoerd waarom de oordelen van het Commissariaat en de rechtbank Midden-Nederland onjuist zijn, ziet de rechtbank aanleiding om met betrekking tot deze elementen die reeds zijn beoordeeld te volstaan met een verwijzing naar wat de rechtbank Midden-Nederland eerder heeft geoordeeld (vergelijk ECLI:NL:CRVB:2020:3547). Dit betekent dus dat de statuten en de genoemde overeenkomsten onvoldoende aanknopingspunten bieden om te spreken van één instelling of naar nieuw recht van één rechtspersoon. Met betrekking tot de nieuw gebleken feiten of gewijzigde omstandigheden – te weten: het agio van € 525.000, de agiostortingsovereenkomst, de voorovereenkomst en veilinggedrag – is de rechtbank van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat die leiden tot de conclusie dat sprake is van verbondenheid. Voor zover eiseres bezwaar heeft gemaakt tegen de vergunningverlening op kavels waarop zij niet heeft geboden zijn de bezwaren bij gebrek aan procesbelang terecht niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken