Rb. Rotterdam 17 augustus 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6330

15 partijen hebben beroep ingesteld tegen vergunningvoorschriften die zijn opgenomen als bijlage bij het besluit van 17 augustus 2016 tot verlengbaarheid van de vergunningen voor de niet‑landelijke commerciële radio-omroepen in de FM-band voor de periode 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2022. Deze bezwaren zien op de toegevoegde definitie regiogericht programma-element en een bewaarplicht voor de vergunninghouder met het oog op controle of het percentage regiogerichtheid wordt gehaald. Na een aantal ontvankelijkheidshobbels komt de rechtbank tot het oordeel dat de eisen van regiogerichtheid niet worden gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke eisen van regiogerichtheid. Aan de hand van eerdere rechtspraak wordt onder meer overwogen: (1) dat het daadwerkelijke bereik van een frequentie niet bepalend is voor de bepaling van het ontvangstgebied waarvoor de regiogerichtheid geldt, maar het ‘groene gebied’ van de vergunde kavel; (2) dat programma-elementen bepalend zijn voor het bepalen van het totale dagelijkse percentage dat het programma-aanbod aan regiogerichte inhoud heeft; (3) dat niet kan worden uitgegaan van regiogerichtheid indien de geboorteplaats van de uitvoerende groep of artiest of de schrijver niet bekend is bij verweerder; en (4) dat de zogenoemde 50%-regel nog steeds van toepassing is. Mede gelet op het laatste punt acht de rechtbank de opgenomen bewaarplicht niet onredelijk. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat zijn voornemen om de regio-eis terug te brengen naar 10%, het minimum in de Regeling AGF 2003, bij verlenging van de vergunningen niet mogelijk is, althans niet in de rede ligt. De aangevallen vergunningvoorschriften komen niet in strijd met de Machtigingsrichtlijn of met de vrijheid van meningsuiting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken