Rb. Rotterdam 29 oktober 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10470

Compensatie AOW-gat. De Regeling ontslaguitkering vliegers (oud) kent een maximale uitkeringsduur van tien jaar tot maximaal de leeftijd van 65 jaar. Op basis van die regeling kan eiser geen aanspraak maken op een uitkering tot aan zijn verhoogde AOW-gerechtigde leeftijd. De rechtbank is niet gebleken dat die langere uitkeringsduur wel door de wetgever is beoogd, uit de regelgeving of de totstandkoming daarvan blijkt of door verweerder is toegezegd. Ook van strijd met het gelijkheidsbeginsel is de rechtbank niet gebleken. De door eiser genoemde groepen vliegers en de top van de nationale politie zijn ten opzichte van eiser geen gelijke gevallen. Verder is de rechtbank niet van een verboden onderscheid op grond van leeftijd gebleken. Op basis van de oude regeling hebben ook jongere vliegers dan eiser aanspraak op een uitkering van maximaal tien jaar. Op basis van de nieuwe regeling kan wel een langere uitkeringsduur dan tien jaar ontstaan als de AOW-gerechtigde leeftijd gedurende de looptijd van de uitkering wordt verhoogd, maar ook dit levert geen verboden onderscheid op grond van leeftijd op. De vliegers die onder de oude regeling vallen en de vliegers die onder de nieuwe regeling vallen zijn twee verschillende groepen die niet gelijk hoeven te worden behandeld. Daarnaast levert het ontbreken van een inkomensoverzicht geen strijd met het motiveringsbeginsel op. Dit inkomensoverzicht is voor een daadkrachtige motivering niet nodig, omdat met het bestreden besluit geen hogere compensatie is toegekend doordat de afspraken die verweerder daarover met de vakbonden heeft gemaakt nog niet in regelgeving waren vastgelegd. Hierdoor kon verweerder niet anders dan het afwijzen van het verzoek om hogere compensatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken