Rb. Midden-Nederland 1 september 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4223
artikel 4:6 van de Awb, Regeling ontslaguitkering vliegers landelijke eenheid, leeftijdsdiscriminatie Eiser heeft verzocht om zijn ontslaguitkering die hij op grond van de Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid (de Regeling) te laten aansluiten op zijn AOW-leeftijd (66 jaar). Verweerder heeft dit verzoek ten onrechte aangemerkt als een als een herzieningsverzoek (artikel 4:6 van de Awb). Eiser heeft niet verzocht om terug te komen op het ontslagbesluit van 28 september 2010. Hij verzoekt om de ontslaguitkering die hij met ingang van 1 december 2010 heeft ontvangen niet te beëindigen met ingang van 1 december 2017, maar met ingang van 1 december 2018. Het ontslagbesluit van 28 september 2010 zag niet op de periode tussen 1 december 2017 en 1 december 2018 en verweerder heeft zich over die periode dus nooit uitgelaten. Anders dan eiser heeft betoogd is het bij het opstellen van de nieuwe Regeling (2016) niet de bedoeling van de wetgever geweest dat eisers ontslaguitkering zou eindigen op het moment dat hij de AOW-gerechtigde leeftijd zou bereiken, met andere woorden: (inmiddels) op zijn 66e. Juist voor situaties als die van eiser voorziet de Regeling (nieuw) namelijk in een compensatie. Er is geen sprake van leeftijdsdiscriminatie. Op grond van de Regeling (oud of nieuw) wordt de ontslaguitkering voor maximaal tien jaar verstrekt. Het verschil in de Regeling (oud of nieuw) is geen leeftijdsverschil, maar heeft betrekking op het moment waarop de termijn van tien jaar aanvangt. Onder de Regeling (oud) lag dit moment bij 55 jaar en eindigde het altijd bij 65 jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl