CRvB 13 augustus 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1844
Met de rechtbank wordt geoordeeld dat appellant gedurende de verlenging van zijn PIR in 2018 terecht niet in aanmerking is gebracht voor een arbeidsmarkttoeslag. De uitvraag voor een reservist van begin 2017 was niet afkomstig van de primaire eenheid van appellant, het [onderdeel], maar van het LTC. Ook was de uitvraag niet specifiek gericht op een RSD, zodat iedere reservist, ongeacht zijn label, daarop kon reageren. Nu appellant is opgeroepen voor een PIR waarvoor deze specifieke civiele deskundigheid niet is vereist, komt hij niet in aanmerking voor toekenning van een arbeidsmarkttoeslag. In overeenstemming hiermee is in de uitvraag uitdrukkelijk vermeld dat voor deze IIR geen arbeidsmarkttoelage geldt. Geen schending van vertrouwensbeginsel. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank over de stelling van appellant dat aan zijn inzet ten onrechte een maximum van 32 uur per week is verbonden, evenals de overwegingen waarop dit oordeel berust.
De uitspraak op rechtspraak.nl