Rb. Rotterdam 18 september 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:8206
Beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar. Toepassing van art. 6:20 Awb. Bestuurlijke boete van € 500 wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht. Vereenvoudigde afdoening. In deze procedure gaat het over de boeteoplegging, zodat de vraag of verweerder de inburgeringstermijn moet verlengen niet aan de orde is, zo heeft de Afdeling onlangs overwogen (ECLI:NL:RVS:2020:1614). In een eerdere uitspraak sloeg de Afdeling wel acht op medische verklaringen die in een boetezaak waren ingebracht met de stelling dat de termijn verlengd had moeten worden (ECLI:NL:RVS:2018:3787). Wat daar van zij, eiseres heeft geen medische stukken ingebracht waaruit zou moeten volgen dat haar een extra verlenging had moeten worden vergund, terwijl verweerder gemotiveerd heeft betwist dat eiseres voldeed aan de criteria voor een verlenging, omdat zij niet ten minste twee maal heeft deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van het inburgeringsexamen. Het beroep op een ander geval waarin aan de voorwaarden om te worden vrijgesteld van de inburgeringsplicht vanwege het behalen van een VMBO-opleiding was voldaan en om die reden ambtshalve vrijstelling was verleend, gaat dus niet op. Er is evenmin sprake van AVAS. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in bezwaar mocht afzien van horen, omdat er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit (vgl. ECLI:NL:RVS:2018:1365 en ECLI:NL:RBROT:2018:8835). De rechtbank is voorts van oordeel dat het beroep kennelijk ongegrond is, want de aangevoerde grond dat in bezwaar gehoord had moeten worden slaagt niet. Voorts overweegt de rechtbank nog het volgende. Verweerder heeft het boetebedrag vastgesteld op een aanzienlijk lager bedrag dan het wettelijke maximum van € 1.250 op grond van zijn beleid. Eiseres heeft niet aangevoerd dat zij de boete niet kan betalen binnen de door verweerder geboden betalingstermijn van een jaar en zij heeft voorts geen verdere omstandigheden aangevoerd die nopen tot een lagere boete in afwijking van dit beleid.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2189
- ABRvS 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1606
- ABRvS 30 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1614
- ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1349
- ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1369
- ABRvS 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3787
- Rb. Rotterdam 29 oktober 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:8835
- ABRvS 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1365
- ABRvS 4 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2119
- ABRvS 10 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1252
- HR 6 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:1
- HR 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2295