ABRvS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2189

Bij besluit van 12 juni 2017 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00 wegens het niet naleven van artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering en bepaald dat zij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. Bij brief van 22 november 2013 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is, dat haar inburgeringstermijn op 18 oktober 2013 is gestart en dat zij voor 17 oktober 2016 aan deze plicht moet hebben voldaan. De minister heeft de inburgeringstermijn ambtshalve verlengd tot 3 april 2017. Aangezien [appellante] niet voor die datum aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister haar bij besluit van 12 juni 2017 een boete opgelegd van € 1.250,00 en bepaald dat zij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. Bij besluit van 10 mei 2019 heeft de minister de boete gematigd tot € 500,00, omdat [appellante] 451 lesuren heeft gevolgd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken