Rb. Rotterdam 30 januari 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:593
Verzet tegen vereenvoudigde afdoening. Misbruik van recht. (…) Aan het voorgaande voegt de rechtbank nog in algemene zin het volgende toe. Gelet op de hoeveelheid aanvragen en procedures van opposant en de eerder gegeven oordelen van de Afdeling en de rechtbank over het procedeergedrag van opposant is inmiddels het punt bereikt dat de rechtbank voorshands uitgaat van misbruik van recht door opposant, tenzij aanknopingspunten bestaan voor het tegendeel (vergelijk Rb. Rotterdam 3 mei 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3397, onder 6.2). De aantijging van opposant met betrekking tot de (on)partijdigheid van de staatsraden en rechters die betrokken zijn geweest in uitspraken die hebben geleid tot het oordeel dat opposant veelvuldig misbruik maakt van recht laat de rechtbank voor wat het is. Voor een weerlegging daarvan kan slechts worden verwezen naar de motivering van de desbetreffende uitspraken en het procedeergedrag van opposant zelf.
De uitspraak op rechtspraak.nl