Rb. Rotterdam 22 augustus 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:6865

Niet in geschil is dat eiser in verzuim is tijdig het verschuldigde griffierecht te voldoen en dat om die reden het beroep niet-ontvankelijk is. In zijn verzetschrift heeft opposant aangevoerd dat een kennelijk niet-ontvankelijk beroep niet met zich brengt dat de bestuursrechter niet langer gehouden is te beslissen op het verzoek om schadevergoeding. Naar het oordeel van de rechtbank is de reden voor de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het bestreden besluit bepalend voor de beantwoording van de vraag of een bijkomend verzoek om schadevergoeding in dat lot dient te delen. In dit verband wijst de rechtbank op vaste rechtspraak, waaruit volgt dat het niet voldoen van het verschuldigde griffierecht, net als de aanwezigheid van misbruik van recht, zodanig raakt aan de toegang tot de rechter dat een aanvullend rechtsmiddel of verzoek dat onlosmakelijk samenhangt met het oorspronkelijke rechtsmiddel eveneens niet-ontvankelijk zal zijn. De rechtbank ziet vanwege de hiervoor genoemde onlosmakelijkheid aanleiding om de uitspraak waartegen het verzet zich richt verbeterd te lezen, zodat daarbij ook het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk is verklaard. Het verzet is daarom ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken