Rb. Rotterdam 23 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2166

De verzoeken om een besluit te nemen m.b.t. de onderwerpen 1 t/m 3 vinden hun grondslag in artt. 377a e.v. van Boek 1, Titel 15, BW. De burgerlijke rechter is terzake bevoegd. Nu verweerder ter zake daarvan geen beslissingsbevoegdheid toekomt, kan in dit geval evenmin sprake zijn van het niet tijdig beslissen. Het wettelijk regime van de Jeugdwet leidt er toe dat verweerder t.a.v. eisers verzoek v.w.b. de onderwerpen 4 en 5 en het aanwenden van rechtsmiddelen tegen een beslissing op dat verzoek, niet als bestuursorgaan kan worden aangemerkt. Dat betekent dat ook hier het rechtsmiddel van beroep wegens tijdig beslissen niet openstaat. 6. De bestuursrechter is daarom niet bevoegd kennis te nemen van het beroep. Eiser dient zich door middel van een verzoekschriftprocedure te wenden tot de civiele rechter.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken