Rb. Rotterdam 4 juli 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7391
Wet toezicht trustkantoren (Wtt). Afwijzing van het verzoek van verzoeker 2 om bij wijze van voorlopige voorziening het bestreden besluit tot intrekking van de aan verzoeker 1 verleende vergunning te schorsen. Verzoeker 2 heeft als enig bestuurder/geen aandeelhouder van verzoeker 1 geen rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. DNB stelt zich terecht op het standpunt dat verzoeker 1 door haar handelwijze bewust een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven, waarmee zij heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wtt en artikel 5 van de Wtt. Het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker 1 wordt in zoverre toegewezen dat de termijn waarbinnen zij aan het intrekkingsbesluit moet voldoen, wordt verlengd.
De uitspraak op rechtspraak.nl