Rb. Rotterdam 2 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:4651
Wet toezicht trustkantoren (Wtt). Intrekking vergunning tot het verlenen van trustdiensten. DNB heeft aannemelijk gemaakt dat (d) vanaf de oprichting binnen (a) een (mede)beleidsbepalende rol heeft gehad en dat hij houder is van een middellijke, gekwalificeerde deelneming in de zin van artikel 1, aanhef en onder g, van de Wtt. DNB stelt zich terecht op het standpunt dat (a) door haar handelwijze bewust een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven, waarmee zij heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wtt en artikel 5 van de Wtt. DNB heeft in redelijkheid tot intrekking van de vergunning kunnen overgaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl