Rb. Rotterdam 8 maart 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV8617
Oplegging door AFM van een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete van € 200.000 aan een financiële onderneming wegens overtreding van de Wet handhaving consumentenbescherming (bestaande uit een misleidende en agressieve handelspraktijk). De rechtbank gaat in op de verhouding tussen de Wft en Whc, op het door AFM in bezwaar betrekken van andere telefoongesprekken dan de drie gesprekken die aan de primaire besluitvorming ten grondslag heeft gelegen en het bepaaldheidsgebod. De rechtbank concludeert dat wel is komen vast te staan dat sprake is geweest van een misleidende handelspraktijk, doch dat AFM niet heeft aangetoond dat ook sprake is geweest van een agressieve handelspraktijk. Voorts acht de rechtbank de last onbepaald omdat die ziet op elke mogelijke overtreding van afdeling 3A van Titel 3 van Boek 6 van het BW. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door de last deels te herroepen, door de boete vast te stellen op € 50.000 en door de beslissingen tot publicatie van de sancties te herroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 6:193b BW6
- Artikel 6:193c BW6
- Artikel 6:193g BW6
- Artikel 6:193h BW6
- Artikel 6:193i BW6
- Artikel 5:4 Awb
- Artikel 5:32a Awb
- Artikel 5:32b Awb
- Artikel 5:34 Awb
- Artikel 5:48 Awb
- Artikel 8:72 Awb
- Artikel 8:72a Awb
- Artikel 1:1 Wft
- Artikel 2 Vr Wft
- Artikel 1.1 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 2.15 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 2.23 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 3.1 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 3.4 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 8.8 Wet handhaving consumentenbescherming