Rb. Rotterdam 8 maart 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV8637
DNB heeft aan een financiële instelling een bestuurlijke boete opgelegd van € 5.000,00 wegens overtreding van artikel 7 lid 2 Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 (Wfbb 1994). Het standaard- en maximumboetebedrag bedraagt € 10.000. DNB heeft gematigd vanwege beperkte draagkracht. Indien geen sprake is van het (volledig) ontbreken van draagkracht, maar wel sprake is van zeer beperkte ernst of zeer beperkte verwijtbaarheid, dient volgens de rechtbank bij een vast tarief op de voet van artikel 5:46, derde lid, van de Awb (verdergaande) matiging plaats te hebben. Nu DNB van oordeel was dat niet iedere draagkracht ontbrak, heeft zij zich in het bestreden besluit onder aanhaling van de Nota van toelichting bij het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector dan ook terecht gebogen over de ernst en de verwijtbaarheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 5:41 Awb
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 7:5 Awb
- Artikel 7 Wfbb
- Artikel 9b Wfbb
- Artikel 9c Wfbb
- Artikel 2 Rapportagevoorschriften betalingsbalansrapportages 2003 (RV 2003)
- Artikel 2 Besluit bestuurlijke boetes financiële sector
- Artikel 3 Besluit bestuurlijke boetes financiële sector
- Artikel 4 Besluit bestuurlijke boetes financiële sector
- Artikel 8 Besluit bestuurlijke boetes financiële sector