Rb. Rotterdam 4 mei 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ3832
AFM heeft aan Aegis (voorheen Fortis) bestuurlijke boetes opgelegd in verband met marktmanipulatie en niet het tijdig publiceren koersgevoelige informatie. Fortis was één van de betrokken partijen bij de overname van ABN Amro in 2007. Om deze overname te kunnen realiseren moest Fortis een aantal maatregelen treffen, waaronder de door de Europese Commissie opgelegde verkoop van zakenbankonderdelen van ABN Amro (EC Remedies). Het uitvoeren van de verplichte dan wel noodzakelijke maatregelen had een negatieve invloed op het kunnen behalen van de solvabiliteitsdoelstellingen. Binnen dit kader heeft AFM twee overtredingen geconstateerd. De rechtbank is met AFM van oordeel dat Fortis artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wft heeft overtreden, doordat haar toenmalige CEO op 5 juni 2008 tijdens een gefilmde en aan de media beschikbaar gestelde presentatie voor klanten op het hoofdbureau van ABN Amro te Amsterdam de beleggers de indruk gaven dat Fortis zou blijven vasthouden aan haar oude solvabiliteitsplan. Dit was misleidend omdat er binnen Fortis op dat moment plannen in voorbereiding waren om tot noodmaatregelen te komen die afweken van het oude solvabiliteitsplan. De rechtbank is voorts met AFM van oordeel dat Fortis artikel 5:59, eerste lid, Wft (oud) heeft overtreden. Zij overweegt dat er voorafgaande aan de publicatie van de Financiële Telegraaf op 14 juni 2008 bij Fortis sprake was van voorwetenschap, ofwel koersgevoelige informatie. Op 21 mei 2008 zijn immers exclusieve onderhandelingen gestart, terwijl Fortis wist dat Deutsche Bank niet van haar voorwaarden ter zake van de prijs en de “credit umbrella” zou afwijken. Niet alleen was ten tijde van de publicatie in de Financiële Telegraaf nog steeds niet publiek bekend gemaakt dat onderhandelingen met Deutsche Bank waren gestart, maar was tevens niet publiek bekend gemaakt dat het “solvency contingency plan” voorzag in maatregelen die volstrekt haaks stonden op alle eerdere berichtgeving van Fortis naar buiten toe. Op Fortis rustte derhalve de verplichting om de koersgevoelige informatie onverwijld naar buiten te brengen, tenzij zij voldeed aan alle uitstelvoorwaarden als vervat in artikel 5:59, derde lid, van de Wft (oud). Met AFM is de rechtbank van oordeel dat Fortis aan geen van de uitstelvoorwaarden voldeed. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl