Rb. Rotterdam 2 mei 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9269
Wet op het financieel toezicht (Wft), bestuurlijke boete, artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wft. Gegrond beroep. Herroeping boetebesluit. Geen publicatie op grond van artikel 1:98 van de Wft. AFM is naar aanleiding van twee door eiser opgestelde berichten een onderzoek gestart naar mogelijke overtreding van marktmisbruikwetgeving. AFM heeft in dit verband vastgesteld dat eiser informatie heeft verspreid waarvan AFM meent dat van die berichtgeving een onjuist of misleidend signaal uitging of te duchten was, terwijl eiser volgens AFM wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die informatie onjuist of misleidend was. Op grond van dit onderzoek is AFM - voor zover van belang - overgegaan tot de oplegging van twee boetes aan eiser, waaraan AFM ten grondslag heeft gelegd dat eiser met die berichten artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wft heeft overtreden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond omdat zij van oordeel is dat er geen sprake is van overtreding van artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wft. AFM was derhalve niet bevoegd de boetes aan eiser op te leggen. De rechtbank komt tot de conclusie dat de mededelingen in de berichten van eiser, zijnde een tweetal ‘sales commentaries’ een zodanig aantal subjectieve elementen bevatten - hoewel er ook een paar elementen in zitten die duiden op feiten dan wel feitenkennis - dat het ervoor moet worden gehouden dat het ging om een mening. Van de door eiser verspreide informatie ging geen misleidend of onjuist signaal uit.
De uitspraak op rechtspraak.nl