Rb. Rotterdam 10 mei 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW5478

Einduitspraak na tussenuitspraak (LJN: BO4372). De rechtbank stelt vast dat uit de tussenuitspraak niet volgt dat verweerder aanvullend onderzoek diende te doen naar de effecten van de G.O. ten opzichte van het scenario (‘counterfactual’) waarbij KPN met koper en glasvezel enerzijds en Reggefiber met glasvezel anderzijds met elkaar concurreren op de mogelijke nationale markt voor ontbundelde toegang tot koper en glas. Hetgeen eiseres daarover naar voren heeft gebracht, dient daarom buiten bespreking te blijven. De rechtbank overweegt dat een prospectieve analyse als de onderhavige dient te zijn gebaseerd op zich voor het voltrekken van de concentratie in werkelijkheid voordoende feiten en omstandigheden die aannemelijk moeten zijn. Verweerder heeft een zekere beoordelingsvrijheid bij zijn waardering van economische feiten en omstandigheden. Gelet op dit kader is de rechtbank van oordeel dat verweerder nu voldoende heeft gemotiveerd en daarmee aannemelijk heeft gemaakt dat de concentratie wat betreft overige - niet de prijs - betreffende concurrentieparameters niet zou kunnen leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging in een mogelijke markt voor ontbundelde toegang tot het glasvezel- en kopernetwerk. Ten aanzien van de parameter kwaliteit heeft verweerder zich mogen baseren op het feit dat uit het marktonderzoek, dat aan het besluit ten grondslag ligt, kwaliteit niet als potentieel mededingingsprobleem naar voren kwam, op het feit dat kwaliteit van ontbundelde toegang tot koper mede onderdeel uitmaakt van de regulering door OPTA, en op het feit dat de voorwaarden, die verweerder heeft verbonden aan de goedkeuring van de concentratie, mede zien op het waarborgen van een minimumkwaliteitsniveau. Ten aanzien van de parameter innovatie heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat daarin geen mededingingsrechtelijk probleem behoefde te worden verwacht. Ten aanzien van de uitrolsnelheid heeft verweerder ten slotte voldoende aannemelijk gemaakt dat de concentratie daarop geen wezenlijke invloed heeft. Verweerder heeft het door de rechtbank bij haar tussenuitspraak geconstateerde gebrek dan ook in voldoende mate hersteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen