Rb. Rotterdam 13 januari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP1903

AFM heeft de betrokken financiële dienstverlener een last onder dwangsom opgelegd strekkende tot het staken en gestaakt houden van de overtreding van artikel 4:23 lid, onderdeel a en b, Wft. Uit de art. 1:1, 4:23, en 2:76 lid 4 Wft volgt dat de bemiddelingsactiviteiten van een (verbonden) bemiddelaar veelal mede advieswerkzaamheden met zich zullen (kunnen) brengen. Er kan niet slechts sprake zijn van adviseren in de zin van art. 1:1 Wft indien de tussenpersoon een passend advies kan geven aan de hand van een vergelijking tussen verschillende producten (van verschillende aanbieders). De bemiddelaar heeft onvoldoende doorgevraagd bij de cliënten omtrent hun doelstellingen en hun ervaring met producten als de onderhavige. Ook is gebleken dat bij tegenstrijdige informatieverstrekking door de consument niet is doorgevraagd. Daarentegen is geadviseerd te participeren in het betreffende door AFM als riskante bestempelde product ook in die gevallen waarin de consument had aangeven geen risico’s te willen lopen. Juist omdat de bemiddelaar meende dat zij artikel 4:23 van de Wft niet overtrad en haar verkoop- en adviesproces het voortduren van de onderhavige overtreding in de hand werkten, lag het naar het oordeel van de rechtbank alleszins in de rede dat AFM zou optreden door middel van een last.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen