Rb. Rotterdam 1 juli 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM9911
een aantal boomkwekerijen, waaronder eiseressen, hebben stelselmatig onderling contact gehad met als doel de levering van boomkwekerijproducten aan gemeenten te verdelen en daarbij de inschrijfprijzen af te stemmen. Overtreding van art. 6 Mw. Sprake was van een voortdurende overtreding. Gedragingen van commercieel directeur van eiseres 1 kunnen aan eiseres 1 worden toegerekend. Niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden voor toepasselijkheid van de bagatelvrijstelling van art. 7, tweede lid, Mw. Met de overtreding is tevens sprake van strijd met art. 81 EG-verdrag (art. 101 van het VWEU). Verweerder is bevoegd een boete aan eiseressen op te leggen. Zeer zware overtreding. Ten aanzien van eiseressen geldt dat deel van de omzet niet mag worden meegenomen omdat dat ziet op het reeds verjaarde deel van de overtreding. Ten aanzien van eiseres 1 wordt boete dan ook op een lager bedrag vastgesteld. Ten aanzien van eiseres 2 geldt daarbij dat als gevolg van de verjaring geen betrokken omzet resteert. Bovendien is niet gebleken van een daadwerkelijk actieve rol bij de overtreding. Gelet daarop is een (minimum)boete van € 1000,- voor eiseres 2 passend en geboden. Rechtbank is van oordeel dat verweerder niet heeft kunnen besluiten om ten aanzien van eiseres 1 de boete te verhogen met 15%. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen concluderen dat ten aanzien van eiseres 1 niet is gebleken van boeteverlagende omstandigheden. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen concluderen dat de financiële situatie van eiseres 1 geen reden is om de boete te matigen. Beroepen van eiseressen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten voor zover deze betrekking hebben op - de hoogte van - de opgelegde boetes. Uitspraak van de rechtbank treedt in de plaats van het vernietigde deel van de bestreden besluiten, hetgeen inhoudt dat aan eiseres 1 een boete van € 55.000,- en aan eiseres 2 een boete van € 1000,- wordt opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl