CBb 24 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:57
Zilveruienkartel. Uit de tekst van artikel 64 van de Mededingingswet volgt dat een stuitingshandeling geldt jegens alle ondernemingen of ondernemingsverenigingen die aan de overtreding hebben deelgenomen. De vervaltermijn is daarom ook jegens appellante als (voormalige) moederonderneming van één van de bij het kartel betrokken ondernemingen gestuit. De door ACM gemaakte keuze om de voormalige dochter van appellante niet hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de aan appellante opgelegde boete, is vanwege de toepasselijke boetemaxima niet minder onredelijk dan de keuze om die voormalige dochter wel aansprakelijk te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl