Rb. Overijssel 15 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3336

Deze uitspraak gaat over twee aan de maatschap opgelegde bestuurlijke boetes van € 12.955,50 en € 1.832,47. De minister heeft deze boetes aan de maatschap opgelegd wegens het overschrijden van de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen en fosfaat in het jaar 2019 respectievelijk het overschrijden van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen en het niet naar waarheid invullen van het formulier “Aanvullende gegevens landbouwer” in het jaar 2020. De rechtbank oordeelt dat de minister is uitgegaan van de juiste oppervlaktes en fosfaatcategorie van de percelen en dat de maatschap niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gegevens die zij heeft gebruikt voor haar berekening ten minste even geschikt zijn om het fosfaat- en stikstofgehalte van de mestvoorraad zo goed mogelijk te benaderen als de door de minister gebruikte gegevens. Verder oordeelt de rechtbank dat de minister de maatschap terecht een boete heeft opgelegd voor de overtreding van een administratieve verplichting en dat de opgelegde boetes niet onevenredig zijn. Er is geen sprake van geringe overtredingen en het is de bedoeling van de wetgever geweest dat bij het berekenen van de boetes werd uitgegaan van de fosfaat- en stikstofnormen die gelden zonder toepassing van derogatie. De maatschap krijgt dus geen gelijk en de beroepen zijn dus ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken