Rb. Oost-Brabant 10 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8099
Collectieve actie door Stichting Droogteschade Waterwinning tegen acht drinkwaterbedrijven. De rechtbank geeft in dit tussenvonnis een beslissing op twee (voor)vragen: de relatieve bevoegdheid van de rechtbank, en de (materiële en temporele) toepasselijkheid van de WAMCA. De bevoegdheidsregeling van artikel 15.15 Omgevingswet (voorheen: artikel 35 lid 5 Grondwaterwet en artikel 7.18 lid 4 Waterwet) is niet exclusief. Artikel 107 Rv is van toepassing en er is sprake van een zodanige samenhang tussen de vorderingen zoals die zijn voorgelegd, dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. De rechtbank is daarom bevoegd op de vorderingen te beslissen. Een collectieve actie is mogelijk in een geval waarin de grondslag voor de rechtsvordering is gelegen in een wettelijke aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door rechtmatig handelen, ter uitvoering van een wettelijke taak en in het openbaar belang. Temporele toepasselijkheid van de WAMCA: het continu onttrekken van wisselende hoeveelheden grondwater kan worden aangemerkt als een voortdurende schadeveroorzakende gebeurtenis in de zin van het overgangsrecht van de WAMCA.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 100 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 107 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 109 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 119a Overgangswet NBW
- Artikel 35 GWW
- Artikel 3:305a BW3
- Artikel 3:326 BW3
- Artikel 7.18 Wtw