Rb. Oost-Brabant 21 juli 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2974
In een beheerplan is een grondwater onttrekking ten behoeve van drinkwaterwinning als activiteit beschreven en daarmee uitgezonderd van de vergunningplicht ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Voor deze onttrekking was al in 1986 een vergunning op basis van de Grondwaterwet verleend. Volgens de rechtbank is voldoende dat het project als zodanig is vergund of toegestaan voordat het Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze vergunning kan vervolgens worden geacht te zijn betrokken bij de aanwijzing van het Natura 2000-gebied. Dat betekent in dit geval dat de vergunning uit 1986 op basis van de Grondwaterwet in beginsel kan worden aangemerkt als de toestemming voor het project .Dus was er geen vergunning op basis van artikel 2.7, tweede lid van de Wnb nodig. Omdat er geen vergunning nodig was, was er ook geen aanleiding om in het beheerplan dit project te beschrijven en uit te zonderen van de vergunningplicht op basis van artikel 2.7, tweede lid van de Wnb. Verder heeft verweerder in te algemene bewoordingen alle grondwateronttrekkingen ten behoeve van beregening in of bij het Natura 2000-gebied heeft genoemd als project dat wordt vrijgesteld van de vergunningplicht van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb.
De uitspraak op rechtspraak.nl