Rb. Oost-Brabant 19 december 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:6781
Vervolg op ECLI:NL:RBOBR:2022:2974. GS heeft opnieuw een vrijstelling opgenomen voor agrarische beregening in het beheerplan voor Brabantse Wal. Deze vrijstelling voorziet niet in een beperking van het gebruik van de putten. Ten onrechte zijn de gevolgen van een onverhoopte toename van het gebruik niet passend beoordeeld. de rechtbank treft een voorlopige voorziening waarbij deze putten toch zijn uitgezonderd van de Natura 2000 activiteit-vergunningsplicht zolang de hoeveelheid te onttrekken grondwater wordt geregistreerd en per kwartaal wordt doorgegeven aan het college. De rechtbank gaat er van uit dat het college verzoekt om opheffing van de voorlopige voorziening als de totale hoeveelheid grondwater toeneemt tot boven het niveau van 2008.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 2.3 Wet natuurbescherming
- Artikel 2.7 Wet natuurbescherming
- Artikel 2.9 Wet natuurbescherming
- Artikel 8.1 Wet natuurbescherming
- Artikel 3.8 Omgevingswet
- Artikel 5.1 Omgevingswet
- Artikel 16.53c Omgevingswet
- Artikel 1.3 Regeling natuurbescherming
- Artikel 10.24 Bkl
- Artikel 2.2 Aanvullingswet natuur Omgevingswet
- Artikel 2.9 Aanvullingswet natuur Omgevingswet