Rb. Oost-Brabant 18 mei 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:1982
Wmo 2015. Huishoudelijke ondersteuning. Pgb. Uurtarief sociaal netwerk gebaseerd op het wettelijk minimumloon. Het uurtarief voor een pgb voor ondersteuning uit het sociaal netwerk kan op een lager bedrag kan worden vastgesteld dan het uurtarief voor – kort gezegd – professionals, mits het een toereikend tarief is. Verweerder heeft in zijn Verordening dit uurtarief bepaald op het wettelijk minimumloon. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat het uurtarief daarmee door een ondergrens zakt omdat daarmee niet daadwerkelijk de benodigde hulp van de dochter van eiseres zou kunnen worden ingekocht. Het beroep is evenwel gegrond omdat verweerder voor een deel van de periode in geding (vanaf januari 2020) niet het juiste geldende wettelijk minimumloon heeft gehanteerd. Verder heeft verweerder voor een ander deel van de periode in geding (augustus 2019 t/m dec 2019) nagelaten te onderbouwen wat het geldende instellingstarief was. Tot en met december 2019 bedroeg het uurtarief voor ondersteuning uit het sociaal netwerk namelijk 50% van het instellingstarief. Omdat verweerder – ondanks uitdrukkelijke vragen van de rechtbank – hierin geen inzicht heeft verschaft, verbindt de rechtbank hieraan de gevolgen die haar geraden voorkomen. Dat betekent in dit geval dat voor deze periode een uurtarief zal gelden van € 17,10, het uurtarief waar eiseres om heeft verzocht. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank daarnaast de benodigde tijd niet op juiste wijze berekend. De rechtbank sluit aan bij het CIZ-protocol en voorziet zelf in de zaak door te bepalen dat aan eiseres een pgb wordt toegekend voor 6 uur en 10 minuten. De rechtbank stelt daarnaast vast dat verweerder aan eiseres bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd door niet tijdig op de bezwaren van eiseres te beslissen. Ook ontvangt eiseres een schadevergoeding in verband met een overschrijding van de redelijke termijn. Deze overschrijding wordt deels toegerekend aan verweerder en deels aan de Staat.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3:2 Awb
- Artikel 4:5 Awb
- Artikel 4:13 Awb
- Artikel 4:17 Awb
- Artikel 6:6 Awb
- Artikel 6:19 Awb
- Artikel 6:20 Awb
- Artikel 7:10 Awb
- Artikel 7:12 Awb
- Artikel 8:55c Awb
- Artikel 8:72 Awb
- Artikel 3 BPB
- Artikel 2 Bad-WML
- Artikel 1.1.1 Wmo 2015
- Artikel 2.1.3 Wmo 2015
- Artikel 5.4 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015
- Artikel 2ab Uitvoeringsregeling Wmo 2015
- Artikel 6 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 28 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1078
- CRvB 7 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:467
- CRvB 18 oktober 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3633
- Rb. Gelderland 29 maart 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1679
- HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:292
- Rb. Noord-Holland 19 januari 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:293
- CRvB 9 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:982
- CRvB 22 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2415
- ABRvS 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1290
- CRvB 18 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1874
- CRvB 25 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5446