Rb. Gelderland 29 maart 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1679
Toekenning pgb voor hulp bij het huishouden op grond van de Wmo 2015; hoogte uurtarief. De rechtbank is van oordeel dat uit de Memorie van Toelichting volgt dat verweerder bevoegd is om het tarief voor een pgb lager vast te stellen is dan het gehanteerde tarief voor zorg in natura, mits dat tarief eiser in staat stelt om de noodzakelijke kwalitatief goede ondersteuning in te kopen. Dat verweerder een aanvraag voor een pgb kan weigeren als de kosten van het pgb hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening betekent niet dat verweerder niet de ruimte heeft om een lager uurtarief vast te stellen. De rechtbank wijst in dit kader ook op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 9 maart 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:982), waarin de CRvB heeft geoordeeld dat het hanteren van verschillende tarieven niet in strijd is met de Wmo. Voor de beantwoording van de vraag tegen welk uurtarief eiser redelijkerwijs met een pgb hulp bij het huishouden kan inkopen heeft de rechtbank reden gezien, mede gelet op de rechtspraak van de CRvB (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 25 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5446), om daarbij uit te gaan van de CAO VVT. Gelet op het uurtarief dat verweerder hanteert is eiser met het aan hem toegekende budget voldoende gecompenseerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl