Rb. Oost-Brabant 30 maart 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:1459
De rechtbank is van oordeel dat de provincie Noord-Brabant een omgevingsvergunning voor een afvalstoffeninrichting in Steenbergen (met een gesteld financieel belang van 43 miljoen euro) mocht intrekken omdat gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruik van de vergunning. De provincie hoeft hierbij niet eerst te kijken of de vergunning zou kunnen worden gewijzigd om de nadelige gevolgen voor het milieu te beperken. De provincie mag het natuurbelang van het nabijgelegen Natura 2000-gebied betrekken bij de belangenafweging bij het gebruik van de intrekkingsbevoegdheid. Het financiële belang van vergunninghoudster heeft de provincie minder zwaar kunnen laten wegen omdat vergunninghoudster bij het overnemen van het bedrijf akkoord is gegaan met een non-concurrentiebeding met een looptijd van 5 jaar en omdat het opstarten van het bedrijf aanzienlijke kosten met zich mee zal brengen. De intrekking is niet in strijd met het Eerste Protocol bij het EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 10.14 Wm
- Artikel 15 Bbaw
- Artikel 13 Regeling beheer batterijen en accu’s 2008
- Artikel 2.1 Wabo
- Artikel 2.30 Wabo
- Artikel 2.31 Wabo
- Artikel 2.31a Wabo
- Artikel 2.33 Wabo
- Artikel 5.4 Wet natuurbescherming
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden