Rb. Oost-Brabant 22 februari 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1040

Actualisatie vanwege LAP3 leidt niet automatisch tot intrekking van de omgevingsvergunning. De geldende omgevingsvergunning van eiseres voorziet in de verwerking van CRT beeldbuisglas in betonblokken. In het sectorplan 71 van het LAP3 is voor CRT beeldbuisglas als minimumstandaard ‘storten’ aangegeven. Verweerder heeft daarom de omgevingsvergunning van eiseres op dit onderdeel ingetrokken. Op grond van artikel 5.10 tweede lid, van het Bor moet verweerder binnen een jaar na vaststelling van het LAP3 een verleende vergunning toetsen aan het LAP3 en zo nodig actualiseren. Artikel 5.10 tweede lid, van het Bor bevat alleen een actualiseringsverplichting, niet een intrekkingsverplichting. Als bij het actualiseren blijkt dat de omgevingsvergunning het milieu ontoereikend beschermt, zal verweerder de voor vergunninghouder minst bezwarende weg moeten kiezen om het milieu te beschermen. Dit vloeit voort uit het proportionaliteits- en het evenredigheidsbeginsel. Verweerder heeft onvoldoende onderkend dat hij de vergunning ook kan wijzigen of gedeeltelijk intrekken. Eiseres past een scheiding van het CRT beeldbuisglas toe, die de Stichting advisering Bestuursrechtspraak heeft beschreven. Uit het bestreden besluit en in ieder geval het verweerschrift blijkt dat verweerder ook de verwerking van het gescheiden CRT beeldbuisglas in strijd vindt met het LAP3. Het LAP3 is echter niet absoluut. Verweerder hoeft er slechts rekening mee te houden op grond van artikel 10.14 van de Wm. Het LAP3 bevat een afwijkingsprocedure. Verweerder had aan de staatssecretaris kunnen vragen wat diens standpunt is ten aanzien van het CRT beeldbuisglas afkomstig uit het door eiseres in de inrichting in Son toegepaste scheidingsproces. Verweerder krijgt hiervoor alsnog de gelegenheid in de tussenuitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken