Rb. Noord-Nederland 5 november 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4743

Eiseres heeft in 2016 een afkoopsom van een Brits pensioen ontvangen. Volgens het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk komt het heffingsrecht over die afkoopsom in dit geval toe aan de staat waaruit die afkoopsom afkomstig is. Eiseres stelt dat zij dit niet goed in de aangifte heeft kunnen verwerken en dat daardoor onterecht belastingrente in rekening is gebracht, bij zowel de aanslag IB/PVV als Zvw. Daarnaast stelt eiseres dat de afkoopsom buiten beschouwing moet blijven bij de berekening van de hoogte van de algemene heffingskorting. Dit wordt door verweerder betwist. Tussen partijen zijn verder de volgende zaken in geschil: - Mocht verweerder belastingrente in rekening brengen vanwege het overhevelen van de grondslag sparen en beleggen naar de fiscale partner; - Volgens eiseres is verweerder een hogere dwangsom verschuldigd omdat de uitspraken op bezwaar onzorgvuldig tot stand zijn gekomen; - Subsidiair: Volgens eiseres is verweerder een hogere dwangsom verschuldigd omdat de uitspraken op bezwaar na de dagtekening bekend zijn gemaakt; - Heeft eiseres recht op een materiële en/of immateriële schadevergoeding en/of op een integrale proceskostenvergoeding. Onderdeel van een cluster van meerdere zaken van een eiser die werkzaam is bij de Belastingdienst en zijn partner. Zie ook de uitspraken in zaaknummers 20/1964, 20/1965, 20/2313, 20/2314, 20/2914, 20/2915, 20/3440, 20/3445, 20/3447, 20/2315, 20/3521 en 20/3522.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken