Hof Den Haag 14 november 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3106

Belastingrente, vertrouwensbeginsel, begunstigend beleid. Belanghebbende heeft belasting betaald op een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting, die nadien tot nihil is verminderd. De daaruit voortvloeiende teruggaaf is pas verrekend met de op de definitieve aanslag verschuldigde belasting. De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de definitieve aanslag belastingrente berekend over het gehele daarop verschuldigde belastingbedrag, zonder rekening te houden met het bedrag dat al op de voorlopige aanslag was betaald en nog op de bankrekening van de Belastingdienst stond. Uit een tweetal door middel van een Wob-verzoek gepubliceerde verslagen van de Landelijke vakgroep Formeel recht van de Belastingdienst leidt het Hof af dat de Belastingdienst in de periode van de onderhavige aanslagregeling het beleid voerde dat geen belastingrente wordt berekend over perioden waarin de Belastingdienst al beschikte over het geld. Belanghebbende kan zich beroepen op het rechtens te beschermen vertrouwen dat jegens haar is gewekt en mag erop rekenen dat geen belastingrente wordt berekend over het deel van de verschuldigde belasting dat reeds op de rekening van de Belastingdienst stond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken