Hof Den Haag 11 augustus 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1605

Belanghebbende dient een onjuiste aangifte IB/PVV in op basis waarvan de Inspecteur een voorlopige teruggaaf verleent. Het bedrag kan niet uitbetaald worden omdat belanghebbende zijn rekeningnummer niet heeft doorgegeven. Bij het opleggen van de definitieve aanslag corrigeert de Inspecteur de aangifte en brengt belastingrente in rekening over het terug te betalen bedrag. Het Hof oordeelt, anders dan de Rechtbank, dat de Inspecteur met het in rekening brengen van belastingrente niet handelt in strijd met doel en strekking van de wet. Aan de belastingrenteregeling ligt niet de compensatiegedachte ten grondslag, maar de verzuimgedachte. Verder oordeelt het Hof dat niet kan worden geoordeeld dat de Inspecteur onzorgvuldig handelt doordat hij overeenkomstig de wettelijke bepalingen belastingrente in rekening brengt in geval van een correctie van een onjuistheid in de aangifte. Evenmin handelt de Inspecteur onzorgvuldig door bij het vaststellen van de voorlopige aanslag de aangifte zonder nader onderzoek te volgen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken