Rb. Midden-Nederland 4 november 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:5126

Volgens de rechtbank heeft de korpschef terecht aan eiser de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk strafontslag opgelegd. Aan de hand van de volgende vijf vragen heeft de rechtbank beoordeeld of er sprake is van plichtsverzuim: 1. Was het onderzoek van de korpschef zorgvuldig en onpartijdig? 2. Heeft eiser zich schuldig gemaakt aan de gedragingen die hem worden verweten? 3. Vallen de vastgestelde gedragingen onder de definitie van plichtsverzuim? 4. Zijn de gedragingen aan eiser toe te rekenen? 5. Is het opleggen van onvoorwaardelijk plichtsverzuim in dit geval evenredig geweest? Wat betreft het onderzoek is de conclusie dat, hoewel de korpschef in een eerdere fase van het onderzoek in strijd heeft gehandeld met het beginsel van hoor- en wederhoor en het beginsel van equality of arms zoals dat uit artikel 6 van het EVRM volgt, het onderzoek zelf zorgvuldig is geweest en ten grondslag mocht worden gelegd aan het besluit tot strafontslag. Vastgesteld kan worden dat eiser tegen de regels in zijn partner heeft meegenomen naar Curaçao; cashopnames heeft gedaan met de creditcard en de bestedingen van de creditcard gebrekkig heeft verantwoord; buitensporig dure evenementen heeft georganiseerd waarbij doel en middel geheel uit verhouding waren; ondoelmatig externen heeft ingehuurd, waarbij er sprake was van belangenverstrengeling; en bonnen en facturen heeft aangepast of heeft laten aanpassen. De enige verweten gedraging die niet kan worden vastgesteld is de inkoop van 198 flessen prosecco voor privégebruik. Deze gedraging had daarom niet als plichtsverzuim aan het strafontslag ten grondslag mogen worden gelegd. Van alle gedragingen waarvan is vastgesteld dat eiser die heeft begaan, kan inderdaad worden geconcludeerd dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Eiser heeft onverantwoorde keuzes gemaakt en daarover geen verantwoording afgelegd. Bovendien was er geen sprake van een incident. Integendeel, er was sprake van structureel niet-integer handelen door eiser. Volgens de rechtbank zijn eiser de vastgestelde gedragingen ook toe te rekenen. Eiser had namelijk kunnen inzien dat wat hij deed ontoelaatbaar was. Ook had hij dat gedrag kunnen stoppen als hij dat wilde. Volgens de rechtbank staat het strafontslag ook in verhouding tot wat eiser gedaan heeft, en is het evenredig. Uit het dossier komt immers naar voren dat eiser een gezichtsbepalend persoon was in de periode waarin de politieorganisatie werd omgevormd tot Nationale Politie. Hij was het boegbeeld en mensen vertrouwden hem. In die positie, waarin hij blind te vertrouwen had moeten zijn, heeft hij het vertrouwen dat in hem gesteld werd juist ernstig beschaamd. Hij heeft stelselmatig de regels overtreden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken