CRvB 15 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT1997

Disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag. Plichtsverzuim bestaande uit het doen van een oneerbaar voorstel aan twee meisjes. Voldoende aannemelijk geworden dat appellant zich heeft gedragen op een wijze als hem door de korpsbeheerder is verweten. Dat appellant door de strafrechter is ontslagen van alle rechtsvervolging betekent niet dat er geen sprake meer kan zijn van plichtsverzuim. Er is sprake van grensoverschrijdend gedrag dat ook zijn weerslag heeft op het aanzien van het politiekorps. Het feit dat appellant bij de politie niet belast is met een executieve, maar met een administratieve functie, maakt dit niet wezenlijk anders. Gelet op de ernst van het plichtsverzuim is de opgelegde straf van onvoorwaardelijk strafontslag niet onevenredig aan dit verzuim. Geen schending van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen