Rb. Midden-Nederland 17 september 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:6898

Bevoegdheid Inspecteur voor de Gezondheidszorg bij een bevel op grond van artikel 87a en artikel 40, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet big) aan een niet solistisch werkzame beroepsbeoefenaar. Samenvatting: Het bevel dat aan verzoeker is gegeven is gebaseerd op artikel 87a van de Wet big. In dit geval is het bevel gebaseerd op artikel 40, eerste lid, van de Wet big. Dat artikel bepaalt dat degene die in een register als bedoeld in artikel 3 staat ingeschreven of die een beroep uitoefent waarvan de opleiding krachtens artikel 34, eerste lid, is geregeld of aangewezen, en die zijn beroep uitoefent anders dan in het kader van een instelling als bedoeld in de Kwaliteitswet zorginstellingen, zijn beroepsuitoefening organiseert op zodanige wijze en zich zodanig voorziet van materieel, dat een en ander leidt of redelijkerwijze moet leiden tot verantwoorde zorg. Verzoeker oefende zijn beroep uit binnen een instelling. Op grond van artikel 40, eerste lid, van de Wet big, gelezen in samenhang met de memorie van toelichting bij de Kwaliteitswet zorginstellingen (en de memorie van toelichting bij de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling), komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de Inspecteur niet bevoegd was om een bevel te geven aan een persoon die zijn beroep uitoefent in het kader van een instelling als bedoeld in de Kwaliteitswet zorginstellingen. Het individuele functioneren van een beroepsbeoefenaar binnen een instelling moet via het tuchtrecht (of via het civiele en strafrecht) worden beoordeeld. De enkele bigregistratie is onvoldoende om te concluderen dat is voldaan aan de bevoegdheidscriteria van artikel 40, gelezen in samenhang met artikel 87a, van de Wet big. Schorsing van het bevel en het besluit tot actieve openbaarmaking van dat bevel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken