Rb. Amsterdam 21 februari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:722
Bevel van de Inspecteur voor de Gezondheidszorg dat eiser zijn werkzaamheden als cardioloog per direct neerlegt, waaronder het staken en blijven staken van zijn praktijkvoering, totdat de inspectie zijn handelen heeft laten toetsen door een rechterlijke instantie. De rechtbank is van oordeel dat de bevindingen van verweerder in hun onderlinge samenhang bezien ruim voldoende grondslag vormen voor verweerders conclusie dat geen sprake was van beroepsuitoefening door eiser op zodanige wijze, dat deze leidt of redelijkerwijze moet leiden tot verantwoorde zorg. Verweerders beslissing de bevelsduur te koppelen aan het moment waarop de tuchtrechter zich een oordeel heeft gevormd, acht de rechtbank niet onredelijk. Dat sprake was van het concreet en aantoonbaar werken aan de verbetering van eisers praktijkvoering is niet aannemelijk geworden. Dat verweerder ‘vooringenomen en subjectief’ heeft gehandeld, is evenmin aannemelijk geworden.
De uitspraak op rechtspraak.nl