Hof 's-Hertogenbosch 27 januari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:157

Mishandeling in privésfeer door toenmalige politieambtenaar. Het hof verwerpt de verweren dat het OM niet-ontvankelijk is in de vervolging (1) wegens strijd met het vertrouwensbeginsel en (2) omdat het onderzoek door de Rijksrecherche had moeten worden verricht. Voorts verwerping van (3) beroep op noodweer(exces). Oplegging van voorwaardelijke taakstraf, gelet op tijdsverloop en strafontslag verdachte. Ad (1). Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen sprake is van door het OM gedane, of aan het OM toe te rekenen, uitlatingen. Het gaat om een uitlating van een hoofdinspecteur van politie, aan wie geen bevoegdheden in verband met de vervolgingsbeslissing zijn toegekend. Ad (2). Verdachte komt geen beroep toe op eventuele niet-naleving van de Aanwijzing taken en inzet rijksrecherche. Uit de Aanwijzing vloeit bovendien niet dwingend voort dat het onderzoek door de Rijksrecherche had moeten worden verricht. Ad (3). Het beroep op noodweer(exces) mist deels feitelijke grondslag en faalt voor het overige omdat de gedragingen van verdachte noch op grond van diens bedoeling noch op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van die gedragingen kunnen worden aangemerkt als verdedigend, maar als aanvallend, namelijk gericht op een confrontatie met het slachtoffer.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken