Rb. Midden-Nederland 19 juni 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3225
Bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheid. Bestuurders en commissarissen van Landis zijn aansprakelijk voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:138 lid 2 BW (in samenhang met artikel 2:149 BW ten aanzien van de commissarissen). Het bestuur heeft niet voldaan aan de boekhoudplicht van artikel 2:10 BW, zodat onweerlegbaar wordt vermoed dat het zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. De commissarissen zijn op dit punt tekortgeschoten in hun toezichtstaak. Het wettelijk vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling door de bestuurders en commissarissen een belangrijke oorzaak van het faillissement is, is niet ontzenuwd. Daarnaast zijn de bestuurders en commissarissen op grond van artikel 2:9 BW (in samenhang met artikel 2:149 BW ten aanzien van de commissarissen) aansprakelijk voor de schade van Landis. Het bestuur is tekortgeschoten in haar bestuurstaak, met name wat betreft de boekhoudplicht, de gepubliceerde en aan banken verstrekte cijfers, de bepaling van overnameprijzen, de solvabiliteit, de naleving van de statuten en de samenstelling van de raad van commissarissen. De commissarissen zijn op deze punten tekortgeschoten in hun toezicht op het bestuur. Van deze tekortkomingen valt de bestuurders en commissarissen een ernstig verwijt te maken. Het disculpatieberoep van twee bestuurders wordt verworpen. Verwijzing naar de schadestaatprocedure voor de bepaling van de exacte hoogte van het faillissementstekort (2:138 BW) en voor de bepaling van de (hoogte van de) schade (2:9 BW). Het beroep op matiging van het bedrag waarvoor de bestuurders en commissarissen aansprakelijk zijn op grond van artikel 2:138 BW wordt gedeeltelijk gehonoreerd. Matiging van het bedrag waarvoor zij aansprakelijk zijn op grond van artikel 2:9 BW kan eventueel in de schadestaatprocedure aan de orde komen. Voorts wordt de aansprakelijkheid van twee bestuurders gematigd met 20%, gelet op de tijd waarin zij in functie zijn geweest. Het te betalen voorschot is bepaald op € 25 miljoen. De bestuurders en commissarissen zijn voor dit voorschot hoofdelijk aansprakelijk, met uitzondering van twee bestuurders, voor wie het voorschot is bepaald op € 20 miljoen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 111 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 137 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 233 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6 WvK
- Artikel 249 Fw
- Artikel 52 AWR
- Artikel 2:9 BW2
- Artikel 2:10 BW2
- Artikel 2:101 BW2
- Artikel 2:129 BW2
- Artikel 2:138 BW2
- Artikel 2:140 BW2
- Artikel 2:149 BW2
- Artikel 2:210 BW2
- Artikel 2:293 BW2
- Artikel 2:361 BW2