Art. 2:129 BW, Het bestuur van de naamloze vennootschap en het toezicht op het bestuur
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vennootschap. Voor een vennootschap waarvan de aandelen of met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, is daaronder in ieder geval begrepen het bepalen van het beleid en de strategie van de vennootschap.
2. De statuten kunnen bepalen dat een met name of in functie aangeduide bestuurder meer dan één stem wordt toegekend. Een bestuurder kan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen.
3. Besluiten van het bestuur kunnen bij of krachtens de statuten slechts worden onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de vennootschap.
4. De statuten kunnen bepalen dat het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een orgaan van de vennootschap die de algemene lijnen van het te voeren beleid op nader in de statuten aangegeven terreinen betreffen.
5. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.
6. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in lid 5. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van commissarissen. Bij ontbreken van een raad van commissarissen, wordt het besluit genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 19 juni 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3225
- Conclusie A-G Assink 27 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:290
- Conclusie A-G Assink 8 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:347
- Rb. Den Haag 17 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:3452
- Conclusie A-G Valk 28 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1304
- Conclusie A-G Overgaauw 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP5258
- Conclusie A-G Overgaauw 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP5230
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2161
- Hof Amsterdam 21 april 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1130
- Rb. Rotterdam 15 mei 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4325
- Rb. Overijssel 29 december 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4883
- Rb. Oost-Brabant 2 december 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:7061
- Rb. Noord-Holland 10 juni 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:4643
- Rb. Gelderland 12 december 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:9001
- Conclusie A-G Keus 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8686
- Conclusie A-G Niessen 4 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF0938
- Conclusie A-G Timmerman 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7970
- Conclusie A-G Overgaauw 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP5270
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 21 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF1486
- Hof Amsterdam 19 januari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:118