Rb. Limburg 24 april 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:3871
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de vier gedragingen terecht heeft gekwalificeerd als plichtsverzuim. Verweerder heeft dat in zijn besluitvorming voldoende gemotiveerd. De rechtbank is verder van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het plichtsverzuim hem niet kan worden toegerekend. Dat eiser psychische klachten heeft, is daarvoor nog niet genoeg. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de opgelegde straf van onvoorwaardelijk strafontslag, gezien de ernst en de aard van de verweten gedragingen, de betekenis hiervan voor het functioneren van eiser binnen de politieorganisatie en de terecht door verweerder gestelde eisen van integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid van haar medewerkers, niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim.
De uitspraak op rechtspraak.nl