Rb. Limburg 30 september 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:7427
Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder terecht overgegaan tot het opleggen van boetes in het kader van de Wav en de Wml. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van strijd met artikel 6 van het EVRM. Verweerder had geen aanleiding hoeven zien om tot matiging van de boetes over te gaan. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder heeft mogen overgegaan tot het geven van een schriftelijke waarschuwing preventieve stillegging van werk. De beroepen zijn ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 7a Wml
- Artikel 13 Wml
- Artikel 18 Wml
- Artikel 18b Wml
- Artikel 18i Wml
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 5:15 Awb
- Artikel 5:16 Awb
- Artikel 5:17 Awb
- Artikel 5:18 Awb
- Artikel 5:20 Awb
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 5:47 Awb
- Artikel 19a Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 3 Bad-WML
- Artikel 1 Beleidsregel preventieve stillegging arbeidswetten
- Artikel 4 Beleidsregel preventieve stillegging arbeidswetten
- Artikel 6 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1011
- ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2931
- ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3495
- ABRvS 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3216
- ABRvS 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:108
- ABRvS 7 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3138
- HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1359
- EHRM 5 april 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0405JUD001166304
- EHRM 17 december 1996, ECLI:CE:ECHR:1996:1217JUD001918791