ABRvS 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1011
Bij besluit van 22 december 2017 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 72.000,00 wegens overtreding van artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen. Het door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW op ambtseed opgemaakte boeterapport van 6 oktober 2017 houdt in dat uit onderzoek is gebleken dat drie personen anoniem waren opgenomen in de administratie van [appellante]. De drie mannen werken voor [appellante] als koerier door softdrugs te vervoeren tussen de opslag en de coffeeshop. De arbeidsinspecteurs hebben telefonisch [bestuurder] van [appellante], op basis van artikel 15a van de Wav gevorderd binnen 48 uren medewerking te verlenen bij het vaststellen van de identiteit van de drie mannen. De vordering is bij brief schriftelijk bevestigd en met medeweten van [bestuurder] aan zijn dochter overhandigd. In deze brief is aangegeven dat de termijn om aan de vordering te voldoen eindigt op 9 april 2017 om 17:00 uur.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:314
- ABRvS 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3631
- ABRvS 8 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2120
- ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9509
- ABRvS 3 oktober 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB4694
- HR 27 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8780
- EHRM 17 december 1996, ECLI:CE:ECHR:1996:1217JUD001918791