Rb. Gelderland 16 september 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5361
AOW-gat. Door de verschuiving van de AOW-leeftijd geen terugval is ontstaan in eisers inkomen of uitkering als bedoeld in artikelen 4 en 4a van de OBR, zodat eiser niet voldoet aan de voorwaarden om voor een overbruggingsuitkering in aanmerking te komen. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan niettemin zou moeten worden aangenomen dat de situatie van eiser gedurende het AOW-gat dermate schrijnend was dat in zijn geval sprake was van een onevenredig zware last, is niet gebleken. Buiten kijf staat dat eiser door de verhoging van de AOW-leeftijd en de latere ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen financieel nadeel heeft ondervonden. Eiser is zestien maanden AOW-pensioen onthouden, waarop hij in de tijd dat zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering inging aanspraak dacht te kunnen maken. Zijn AOW-pensioen is echter niet in de kern aangetast. Eiser heeft zich op deze te overbruggen periode ook al vanaf 2012/2013 kunnen instellen. Gedurende die zestien maanden van het AOW-gat had eiser ook een inkomen dat lag boven het bestaansminimum. Uit de stukken volgt onder meer dan eiser inkomsten uit arbeid en inkomsten uit pensioen heeft genoten. Daarnaast heeft hij bijstand van de gemeente ontvangen op grond van de Tozo-regeling. Verder blijkt uit de stukken dat eiser een spaartegoed heeft van € 30.000,-. Op basis van deze gegevens stelt de Svb zich terecht op het standpunt dat eiser en zijn echtgenote gedurende het AOW-gat op basis van hun inkomen en hun spaartegoed konden voorzien in hun levensonderhoud. Dat het spaartegoed bedoeld is voor de uitvaartkosten van eiser en zijn echtgenote, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Omdat de Svb pas in beroep heeft beoordeeld of in het geval van eiser sprake is van een onevenredig zware last, kleeft er in zoverre een gebrek aan het bestreden besluit. Dit gebrek zal met toepassing van artikel 6:22 van de Awb worden gepasseerd, omdat aannemelijk is dat eiser daardoor niet is benadeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 4 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1701
- CRvB 13 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1538
- CRvB 18 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2902
- ABRvS 26 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2047
- CRvB 6 augustus 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1767
- CRvB 3 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:143
- CRvB 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2609