CRvB 18 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2902

AOW-gat. Geen bijzondere omstandigheden die moeten leiden tot het aannemen van een onevenredig zware last voor betrokkene en daardoor tot een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol. Buiten kijf staat dat betrokkene door de verhoging van de AOW-leeftijd en de latere ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen financieel nadeel heeft ondervonden. Betrokkene is zes maanden AOW-pensioen onthouden, waarop hij in de tijd dat zijn VUT-uitkering inging aanspraak dacht te kunnen maken. Zijn AOW-pensioen is echter niet in de kern aangetast. Betrokkene heeft zich op deze te overbruggen periode ook al vanaf 2012/2013 kunnen instellen. Gedurende die zes maanden van het AOW-gat had betrokkene een inkomen dat lag boven het bestaansminimum. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan niettemin zou moeten worden aangenomen dat de situatie van betrokkene gedurende het AOW-gat dermate schrijnend was dat in zijn geval sprake was van een onevenredig zware last, is niet gebleken. Hiervoor is onvoldoende dat hij heeft moeten interen op zijn spaargeld. Ook het naar voren halen van het ABP-pensioen en de financiële consequenties daarvan op termijn kan in dit geval niet als een dergelijke omstandigheid worden beschouwd. Geen zorgvuldige voorbereiding bestreden besluit. Vernietiging besluit. Nu de Svb in hoger beroep alsnog een zorgvuldige beoordeling heeft gedaan en de Raad de door de Svb daaraan verbonden conclusie deelt, is er aanleiding de rechtsgevolgen van het door de rechtbank vernietigde besluit in stand te laten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, behalve voor zover de rechtbank de Svb opdracht heeft gegeven tot het nemen van een nieuw besluit. De Raad zal de rechtsgevolgen van het door de rechtbank vernietigde besluit in stand laten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken