Rb. Den Haag 28 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21092
Einduitspraak na prejudiciële verwijzing. Het Hof heeft de prejudiciële vragen van de rechtbank beantwoord in het arrest Ebilum. Deze einduitspraak volgt op dit arrest. Aan de hand van dit arrest komt de rechtbank tot het oordeel dat zij 1) zelf onderzoek mag verrichten naar de feiten, 2) aan de hand van dat onderzoek een eigen oordeel mag geven over de geloofwaardigheid van de asielrelazen en de behoefte aan internationale bescherming en 3) dat van een redelijke mate van waarschijnlijkheid – de drempel voor een gegronde vrees voor vervolging – sprake is zodra het risico op vervolging groter is dan slechts een mogelijkheid. De rechtbank kent aan eisers een (afgeleide) verblijfsstatus toe en draagt de minister op verblijfsvergunningen c.q. verblijfstitels te verlenen. Aan deze veroordeling worden, nu eisers hierom hebben verzocht, dwangsommen verbonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 9 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19418
- ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3863
- Rb. Den Haag 6 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:18531
- Rb. Den Haag 6 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19096
- Rb. Den Haag 4 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11958
- Rb. Den Haag 13 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22802
- ABRvS 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1623
- Hof Amsterdam 30 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:238
- BVERWG, ECLI:DE:BVERWG:2021:300321U1C41.20.0
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:248
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:122
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:195
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:487
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2025:939
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2026:228
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2026:447
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2026:448