Rb. Den Haag 13 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22802

De minister heeft in het bestreden besluit ten aanzien van het vestigingsalternatief gebruik gemaakt van het toen geldende specifieke landenbeleid inzake Irak. Nu het specifieke landenbeleid is komen te vervallen, gaat de rechtbank uit van het algemene beleid betreffende de bescherming van autoriteiten en beschermingsalternatief. De minister heeft zich niet op het standpunt kunnen stellen dat de Koerdische autonome regio (KAR) voor eiser voldoet als vestigingsalternatief. Op grond van artikel 8:41a Awb moet de bestuursrechter een geschil zoveel mogelijk definitief beslechten. Uit jurisprudentie van het HvJ EU volgt verder dat wanneer de rechtbank van oordeel is dat zij beschikt over alle daartoe noodzakelijke feitelijke en juridische gegevens, zij de bevoegdheid heeft om na afloop van een volledig en ex nunc onderzoek een bindende uitspraak te doen over de vraag of degene die een rechtsmiddel heeft ingesteld tegen een beslissing tot afwijzing van een verzoek om internationale bescherming, voldoet aan de voorwaarden van richtlijn 2011/95 om internationale bescherming te krijgen. De ten aanzien hiervan door de rechter genomen beslissing, is bindend voor de minister. De rechtbank beschikt in deze zaak over alle noodzakelijke gegevens. De minister heeft reeds aannemelijk geacht dat eiser bij terugkeer naar Irak een reëel risico loopt op ernstige schade en de rechtbank heeft hiervoor geconcludeerd dat het vestigingsalternatief in de KAR niet voldoet. De rechtbank ziet verder geen redenen die aan toewijzing van de aanvraag in de weg zouden staan. Om die reden ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dan met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien en tegen de achtergrond van het bepaalde in artikel 31, vijfde lid van de Vw een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder b van de Vw te verlenen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, binnen een termijn van twee weken na de bekendmaking van deze uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken