Rb. Den Haag 30 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9570

15c Benghazi / einduitspraak - Partijen verschillen van mening of aan eiser subsidiaire bescherming moet worden verleend op grond van artikel 15c van richtlijn 2011/95 vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en het geweldsniveau in Benghazi, de stad in Libië waar eiser woonde voordat hij vluchtte. De rechtbank heeft een tussenuitspraak gedaan en verweerder in de gelegenheid gesteld om zijn eerst in het verweerschrift ingenomen standpunt dat in Benghazi geen sprake is van een binnenlands gewapend conflict als bedoeld in artikel 15c van richtlijn 2001/95 nader toe te lichten. – Indien verweerder zich op het standpunt stelt dat er geen sprake meer is van een binnenlands gewapend conflict als bedoeld in artikel 15c van richtlijn 2001/95, zal verweerder meer openbare bronnen moeten onderzoeken, zowel uit eigen beweging als in reactie op de door eiser aangedragen bronnen, en vervolgens zijn standpunt moeten motiveren. Verweerder kan niet volstaan met het in zijn beleid overnemen van de verklaring voor recht die het Hof in het arrest Diakité heeft gegeven en dit benoemen als standpunt, maar zal in de onderhavige procedure aan de hand van -kenbare- juridische en feitelijke criteria toegespitst op openbare bronnen, moeten onderzoek of de veiligheidssituatie in Benghazi daadwerkelijk zodanig is gewijzigd dat niet langer sprake is van een binnenlands gewapend conflict. De rechtbank merkt hierbij op dat verweerder vanzelfsprekend gehouden is om kenbaar te maken op welke openbare bronnen hij zijn standpunt baseert zodat eiser zijn verdedigingsrechten kan effectueren en de rechtbank het besluit ook ten gronde kan toetsen. - De rechtbank concludeert dat verweerder niet voldoende heeft onderzocht of de situatie in Benghazi na het nemen van het besluit zodanig is gewijzigd dat niet langer sprake is van een binnenlands gewapend conflict en concludeert dat het besluit een -door verweerder erkend- motiveringsgebrek kent, welk gebrek niet is hersteld in de aanvullende motivering. Ook het standpunt van verweerder dat indien een ex nunc-beoordeling wordt verricht van het risico bij terugkeer aan eiser geen beschermingsstatus hoeft te worden verleend, kan geen stand houden. Verweerder zal dus opnieuw moeten beoordelen of eiser in aanmerking moet worden gebracht voor subsidiaire bescherming als bedoeld in artikel 15c van richtlijn 2011/95.– vernietiging besluit & beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken